07-01-06

dagverslagenheid

Ochtend

Brussel-Noord, negen uur dertig, een schichtige neger en een lichtbruine zuiderling, eveneens rillerig en schuchter, stappen op me toe. In een bargoens van Frans en Engels, een mengelmoes van arm en haveloos, word ik aangeklampt met de vraag om bijstand: geld, wat eten, warmte. Ze hebben barre kou, brachten een nachtje buiten door en zitten zonder middelen. Ik reageer argwa-nend, maar stel toch een paar vragen, dit lijkt onmogelijk geac-teerd. Vlakbij is een verlichte post van de spoorwegpolitie, ik bel aan, dring aan, vlug volgt de respons. Men vindt onderdak voor deze dompelaars, nee niet in een cel, armoede is geen misdrijf. Ze krijgen escorte naar een opvanghuis, een korte schouderklop (ook verdiend voor de politie, polyvalent, in casu emotioneel intelligent).

 

Middag

Een groepje nieuwe kollega’s troept troosteloos samen, er wordt nog even nagepraat, niemand lacht ondanks de zondagse klederdracht, opvallend veel donker en/of zwart. Ik herken een vaag gezicht, aarzel omtrent een naam en stel dan een voorzichtige vraag.
Of ik dan niet op de hoogte ben? Evelyne is dood en vandaag begraven. Ik zou haar nog kunnen onmoet en wie weet begroet hebben, begin van deze prille week, toen alles nog ongeschonden was. Dinsdagavond stapte ze met een knalletje uit het leven, zomaar vanuit haar jeugd. Evelyne was dertig, speels aantrekkelijk, een frivool en meestal vrolijk meisje. Iemand toont me een foto van een lachend mensenkind, het kind in deze vrouw komt nooit niet weer, ze is geweest. Iemand mijmert nog hoe alles anders had kunnen verkeren, wat men radeloos had moeten doen, waarom misschien wanneer, geen vragen meer. Exit Evy.

 

Avond

Na een mentaal belastende werkdag zit ik wat te suffen in de sofa. Het VTM-nieuws komt voorbijgezapt. Ik vang flarden op van ellende in Parijs-Dakar, de heldendaden van Koen Clouseau, het gespeelde leed, de onverdraaglijke onechtheid van een BV-bestaan, de banaliteit doet pijn. Daarna volgen ijsbeermensen op een winterstrand, de goedkope ge-zelligheid, de overacting, het flauwiteitencircus, het narrenkabinet dat wordt voortgezet door de nieuwtjeslezer van dienst, een andere Wauters, ze zijn inwisselbaar die lichtge-wichten. Andere ventjes zwalpen door het beeld, ze slaan een balletje. Golf of zoiets wordt als wereldnieuws met witte petten rondgesmeten. Een zekere Jef met prettige klak geeft klank en uitleg, de lucht bakt verder weg. Dan stormt de weerman vrolijk op ons af, zijn gestoorde grijns is echt. Wij geloven in het bangelijke einde met een rotbui. Of waait het onweer ooit nog over? Tot zover de dag, "maar het had nog zoveel erger kunnen zijn".

 

 



22:37 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

Commentaren

pijn jammer om dat te lezen over Evelyne. zelfs het lezen doet pijn. zin-loos...

Gepost door: karlo | 07-01-06

.. :-(

Gepost door: evy | 08-01-06

MOOI ! "maar het had nog zoveel erger kunnen zijn..."

lees jij ook JC BLOEM ?

Gepost door: anima-negra | 08-01-06

duidelijker zo... De Gelatene
Ik open het raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatst beminnen.

Er was in dit leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.

Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onvergankelijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.

Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden.
En dan: 't had zoveel erger kunnen zijn.

Gepost door: anima-negra | 08-01-06

@allen hier aanwezig (geweest) Ja, die Sjaak Bloem heeft een paar evergreens geschreven op zeer jonge leeftijd, cfr de Nederlandse Rimbaud, maar evenals voorgaande ontaard als volwassen drankorgel en voortijdig in de eeuwige mist verdwenen. Hun regels zijn gelukkig onsterfelijk.

mv

Gepost door: marlon | 08-01-06

De commentaren zijn gesloten.