18-12-05

lady la belle

Lady la Belle,

 

Wat gaat er mis, my lady? Je lijkt me misnoegd, je kijkt alsof ik het ploertje van de dienst ben. Van jouw “dienst” ben ik nét niet, wel van een zeer belendende, vandaar dat onze wegen zich vaak en meestal graag kruisen. Ik dacht dat wij goeie partners in no-crime waren, lekkere soulmaatjes, sobere kameraadjes of hoe noem je zulk latent verbond tussen stille gelijkgestemden? Vriendjesschap?

Je hebt me onlangs eens goed getackeld, had ik dat verdiend, zo ja waarom? Ik ben nu wel niet het jongetje dat zich graag kapittelen laat, dat geef ik toe. Als je behoefte hebt aan zulke knaapjes, dan ben ik een tijdje niet jouw maatje. Maar nee, er moet een zwaar misverstand zijn, een te pardoneren en verkeerd begrepen geste. Snel een kwestie van nagelaten woordjes bij- en uit te praten.

Geef toe, die werkerswereld van ons beide is niet echt ons ding, akkoord die van jou schenkt nog schoon vertrouwen, maar die van mij hangt mij engetjes als een touwtje om de nek. Verschoning voor deze overhaakse taal, dit bevalt je niet. Maar zo heb je me (soms) te nemen, of anders heb je me helemaal niet, helaas. Daarvan ben ik de eerste dupe, jij redt je wel, ik strompel wel stupide verder.

Maar toch, ik herstel me snel, mijn fierheid is een ziekte, ongeneeslijk en steeds aanwezig. Jij bent de leading lady, stout- en schoongebekt, men behandelt je per definitie met respect. Dat laatste ontzeg ik je niet, evenmin al dat ander moois.

Laat me stellen dat onze kansen evenwichtig zijn, jij je terechte trots, ik mijn kleine ijdel-heid als eiland en als laatste rots. Inderdaad, dat geeft weinig plaats voor compromis, maar bedenk dat ik geen greintje kleine knieval aan je schenk.

Jij hebt zowat alles in je comfortabele huis, ik ben de luis in de pels van lieden die mij griefden. Jij mag je keuze maken, ontwijk me als je kan, maar we blijven ergens vage vrienden. Ik hoef daarom geen taalverklaring, je ogen waren me reeds zo vaak een open-baring. Nee, ik steek geen handje uit, laat de tijd maar aan de tijd. Deze malaise regelt zich “à son aise”, we zien wel wie de weekste is. Dat is geen teken van zwakheid of verslap-ping, ik noem het spatjes medemenselijkheid. Dag lieve macha, mag ik nu wegmarcheren?

 





21:22 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.