29-11-05

verdomd vandamme

Vaarwel Vandamme,

 

Je bant me van je weblog, wat een slappe brol is me dat jongen? Is dat je manier van polemiseren, tracht je er zo onderuit te komen? De stoute jongens, in casu de taalvechters, mogen niet meer meespelen. Hebben we je pijn gedaan, op je woordarme zieltje getrapt?
Ach, het is natuurlijk ontzettend makkelijk om de sterkere lettermannen weg te bannen. Je moet iets in je woordenkraam hebben om er de sportieve taalstrijd mee aan te gaan. Weet wel, Bart Vandamme, dit is echt op zijn dievenbekjes, menne man.

Zat je hem (mij) zodanig bangetjes te knijpen, zoveel kriebels onder je laffe gat omdat er concurrentie op de blogmarkt kwam? Ja, je monopolie werd bedreigd, daar ging ik verdorie vrank en vrij tegenaan, wie doet me wat? Dit is de virtuele wereld, Vandamme, “ons kent ons”, dwz de interactiviteit doet zijn werk en we komen elkaar allemaal nog eens tegen. Dus ik mep terug, kerel, mijn gekke woordentuin tiert welig verder, daar is geen kruid tegen gewassen. Ik ben onkruid, onlieve Bart, van het giftigste soort. Trap niet op mijn schrijfpik, dat pik ik niet. Nooit, nergens, van niemand.
Je bent een fan van Deng, taterde je ooit. Laat me niet lachen, zielenpoot, je bent een hol vat zonder humor, satire is je vreemd. Je bent een angsthaas, een valse sinterklaas.

Malle blogmens toch, met je smalle en je slappe kapstokstukjes, haakje hier en haakje daar, maar waar zitten de brokjes vlees?

 

Ach man, ik kan moeiteloos doorgaan met je woordmoedig neer te harken, energie kost me dit gehakketak geenszins, ik tik je de grond vanonder je blogkont, maar ik verkies er evenwel geen verdere tijd aan te spenderen. De internet-taalstrijd gaat verder, in het e-letterenland ben jij een underdog, een keffertje, spijtig voor mij, want ik verkies een tegenstander die kan bijten op papier.

Je papieren tijger,

Marlon Vanco.



20:02 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (22) |  Facebook |

bibberdeuren

De bruinblinde deuren op het bijgevoegde plaatje lijken 
hermetisch afgesloten. Het betreft de binnendeuren 
in de inkomhall van de Leuvense bibliotheek. De bijhorende 
bordjes (klik op foto) laten er ook geen twijfel over bestaan: 
de bezoekers worden verondersteld die deuren te sluiten.
Tot zover lijkt er niks aan de hand, althans in theorie.
Wie de dagelijkse gang van zaken kent, heeft er wel een 
andere en eerder hilarische kijk op. 
Het gaat hier inderdaad om een kanjer van zwaarwichtig optisch bedrog. 
De clou zit hem namelijk in de praktische onmogelijkheid om deze deuren 
daadwerkelijk te sluiten. Ze zwaaien vlotjes uitwiebelend maar toch 
losjesweg “dicht”, d.w.z. ze vallen stil in vrije stand.
Er zit zelfs geen sluitklink aan vast, ook geen slot, geen enkele vergrendeling 
is voorhanden. Tijdens de gewone openingsuren is de deurmotoriek 
nagenoeg constant aan de draaiende hand t.g.v. de in- en uitlopende
bezoekers, de zuchtjes wind, de
luchttocht etc. Dit zijn klapdeuren van
het zuiverste soort, enkel te
onderscheiden van de halve deurtjes in een
westernsaloon door hun hele
uitgestrektheid over het toegangsoppervlak.
Om bijgaande foto te kunnen nemen, heeft ondergetekende (verscholen aan 
de achterkant) eerst de deuren wiebelstil gehouden en eventjes tactvol 
de buitenwandelende bib-mensjes doen wachten. De fotografe verkreeg 
op haar eigen charmante wijze dezelfde stabiliserende houding van de 
binnenkomers. Rest de vraag waarom die bordjes daar dan zijn aangebracht?
Hallo beste bib-mensen? Was dit een kafkaïaans ideetje van jullie hiërarchische 
oversten en komen we zo uiteindelijk bij de schepen van cultuur of zelfs bij 
burgemeester Lowie terecht? De hyperculturele minister? Nee, Bert leest geen 
verboden bordjes, evenmin als hij zich voor geboden boekjes interesseert 
(zie zijn desavouering van Reve bij de toekenning van de Staatsprijs).
Maar toch, ondanks de overduidelijke onlogica, trappen wij telkens in dezelfde 
valstrik en proberen wij stuntelig die deuren te sluiten, in een onbewuste 
reflex omdat die bordjes op ons netvlies branden. Wij zijn van het gedweeë 
soort en erg gezagsgetrouw, maar ook vlug verlegen: na elk lachwekkend
onhandig
sluitmaneuver haasten wij ons met vlugge tred weg van die
deksels onvatbare deuren.
Kees Van Kooten beschrijft het meesterlijk in één van zijn onnavolgbare columns:
bij een onverhoedse struikeling in een overdruk winkelcentrum haast hij zich 
om al fluitend een versnelde pas te improviseren en in een rennend holletje 
verder op het niet voorziene elan door te gaan.
Ja, dat soort paniekerige overacting wordt ons steeds weer geflikt door die 
“sluitdeuren” , die dus per definitie onmogelijk te sluiten zijn. Ach, als brave 
bibgangers wennen wij aan zulke dingen helaas nooit, wij zijn voorgeprogram-
meerde mensenrobotjes, domme gewoontediertjes.
Ooit willen wij vat krijgen op die deuren. Praktische handleidingen en 
klantvriendelijke verduidelijkingen zijn geboden, wij zijn overgeciviliseerd, 
wij wensen een haalbaar en een verstaanbaar vergelijk. 
Of anders, rap afhaken en wegpleuren die rotklapdeuren.
 


 

 





00:13 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (300) |  Facebook |

26-11-05

bij Nesten

Wat doet een ik-man tijdens de baggerwitte weekendsneeuw? Hij leest een archaïsch dichter zoals H.H. ter Balkt, 
een achterwaarts levende wijsheer. Na uren oud en ver verwijlen gaat hij (
ik) door het zwarte lint en bevalt van:

Bij Nesten

's Nachts zochten wij het klaveraas
in de stoemperij van Nesten
handenvol plukten wij tot bij dageraad
daarna was het tijd voor dikzwart hompbrood
en spek met eiers en saucijsjes
koffiemok en melkverbrij

Jan-Nelis struikte ons vertier
hij gemaalde zijn negen gangen
schonk ons balg en balsem
daar had je dan Friedel en Wonktan

soms Woderik, lachebellen en totenstokers
wij kwamen gorksem niet meer bij

den voormiddag kreeg geen bekomst
de raderselie storkte zijn eigen roomsel
dat ging zo in die voljaren van kras en
tegentijd, bij wanderwijle stoomsiger nog
tot nakvellen van bewegingswag
zich derwijs verteisemden

Nesten hing rond de einders
parikweids zijn strokken
honsels desnoods maar altijd kronktolwaarts
dat konden wij bebiezen
hooiveld en strooiweiderijen 
aandorsten den harde paringsduvel

als we terugkarwaatsten
dan zeiden de jonkies
dat waar klaarsomsel
dat moet je verjassen
dat karst de barrels
 
ten dezen is het afkarkloppen
dan haal je een bakje zeil
maar wij deinsden door en
de angstdooddrang die drenteljoorde aflaf
nee wij de klaverventen, de aasjagaarders
wij waren harks geheid en opstootwaarts gebeiteld

kom er maar getaaid langsom
en klaar je terug
wij rekverrolden de horkpal
zoals vertonde plotten
         zo verdarden wij         

 


 





22:22 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

25-11-05

Kerel Karel

Ode aan een edelschone jongen, een nobele sportman in klophart en knokenspieren, ook een literator met praal en woordenkraal. Blij verbijsterd waren wij bij de roman van zijn jaarbilan, lees zijn hooglyrisch epistel op http://www.karelpardaens.be. Een evangelie van veel winst en klein miserie.

 

Karel wordt een Kerel

 

Dat heb je mooi afgebeiteld, Karel, je seizoen zit nu lekker opgesnoerd in de woordenkrans. Hier past geen tegenbetoog, je verbaliteiten zijn literariteiten, maar een kwibus en een kwistenbiebel ben je wel. Hoe schoon tegendraads en (18-karaats) transparant-plezant trok je de letterenstreep onder de grote exploten van je spektakelspel. Je bent een rare vogel, maar we zijn haantjesfier dat je in onze contreien rondzwemmert en fietslooprennert. Op jouw sportfrisse manier ben je een blitzrosse losbol, een trots plezier, ik bedoel: je blinkt solerend van hoogartistieke sferen in de triathlonbolero.

 

Edoch, dappere Sjarel, één druppel tegenpruttel willen we je wel oplepelen. Schenk verdomme wat minder warmliefkozende aandacht aan je medogenloze tegenstanders. Je hebt een surplus aan respect voor de medestrijders, je bezondigt je aan één-richtings-liefde. Stop dat aanbod, maak een sur-place, doe de dwarse pas, trek terug die andere wang. Je kan niet in één karakterkop én sportkrijger én filantroop zijn, dat conflicteert als de hellebliksem (cfr je roodschichtige haar). Je bent een poesjeslieve Karel, weg met die aaibaarheidsfactoren. Hang eens flink het varken uit, ook (en vooral) in de wedstrijdoorlog. Wij willen je razend voorbij zien vlammen, linke bochten engetjes afsnijden, verdoemscher rochelvloeken, in de dode hoeken truitjetrekje flikken, aan maatje Goris zijn zwabbergrote peddelvoeten hangen bij het zwemmen (geen taboes). Voorzie een stelletje hazen voor het lange-strepen-lopen, stayer onschuldig maar gehaaider dan een flyerende pistier en zeker de remmen bij tijd en wijle plots knijpdicht, dat is je verdomde plicht. Een dosis ploertigheid is zo te koop, gratis ook. 

 

Enfin, we maken er een karikatuurtje van, maar schroef voortaan maar wat ballen aan je veredelde karakter, breng laagjes eelt aan op je ziel. Laat snel verdwijnen dat weke schrijn voor den Rutger Beke, je adoreert en “idolatreert”, foute boel. Je snijdt je mentaal in het eigen bleekvel. Zwijg de concurrentie opportuuntjes dood, censureer je webstek, sleep ze leepjes weg uit je correspondentie. Jij bent “Jij, Jezelf en Karel”, dwz “een hele Kerel”. Koop een blitse zonnebril  (type “Boonen Tom”) met ingebouwde gsm, versier een blonde stoot of engageer ze voor de gelegenheid. Je imago, jongen, je buitenkant moet seksmediatieker, een makkie hoor, maar je moet wel willen. Een tipje als cadeau: loop eens langs bij het wacko'ste sportmodel Jean Moreau. Hij heeft nog wel een oorbelring op overschot, hij kan je ook leren sturen om met mysterieuze macho-blik de leegte in te turen. ’t Is van zulke details dat je het moet hebben, zo word je een kanjer. Zeker die andere rosse triathlonridder niet stijf blijven aanbidden, laat dat. Who the fuck is Stijn? Je kameraad, so what.

 

Beste Karel, je snapt uiteraard onze stoute knipoog, maar toch nog een boutade, alhoewel geen fout slot: be a bad boy, Charles, beat them hard and kill them softly. Je zit tegen de top, nu pas zal je harder moeten gaan schoppen. Klop je kop op het podium begot.

 

 

 

 

 



22:10 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-11-05

hey Bink

Hey Bink, zo schrijft ze me aan. Daarna volgen kleine woordjes in een sober mailtje. Ze is zo geen rateltante, haar berichten zijn raar en zelden, wel steeds welkom. Ik ben wat aangeslagen, die manco aanspreking, komaan zeg. Ik doorzie meteen haar ironie, dit is een even subtiele als levensgrote knipoog. De binkerij is niet aan mij besteed, dat weet zij als geen ander.

Toch heeft ze me liggen, ze wil me doen blinken van foute ijdelheid, ik ben eraan voor haar kleine woordmoeite. De ganse dag loop ik me af te binken. Ook tijdens een afschudjogging zit het door mij heen te dwarsen. Tempo maken moet ik, ik ben een bink. Binken doen straffe dingen, zingen solo, praten staccato, springen hoog en rennen snel. Ben ik soms een mietje? Mieters nee, maar de jogpartij eindigt in de mist, ik heb me overlopen. Een sukkeldrafje is mijn straf, daar gaat mijn macho-ego. Ik faal ten zeerste, dit is ernstig hoor. Mijn zelfbeeld ligt aan diggelen door een talig grapje. Wat gedaan, tijd brengt raad. Inderdaad, ik schrijf haar terug. De eerste aanzet zit fout, nee ze is geen “stuk”, te seksistisch, ook geen “lekker stuk” (dat is ze wel, zeg ik lekker niet), zelfs geen “brok”, te brutaal. Hé, een ideetje, ik maak een compromis met mezelf en benoem haar zeer minimalistisch tot een “Brokje”, dat zwakt wat af. Daar gaat mijn mailtje. Hallo Brokje, blablabla. Ach, dit geeft een goed gevoel, de vermoede verhoudingen zijn terug uitgeklaard. Het water is te diep tussen ons beide voor fatale frivoliteiten. We spelen op tactisch defensief, da’ s een tactvolle opstelling. Mijn Bink is flink gesmolten, tot in flarden en in sprokkels. Hoi Brokje, het is weer tijd voor de Fabeltjeskrant.




16:51 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

23-11-05

voor Stijn

Opgedicht aan achterneef Stijn Eyletten (1978-2005). Dankzij hem en zijn ondenkbare lijden leerden wij onze levens blogsgewijzer verrijken. Alles interactiveert alles, geen enkele dood is zonder zin. Stijn zindert verder.
 
Dichtverzinderd

Ik schreef een steen in de lucht
een plooi verschoof geen wolken
vergeefse gooi naar onvertolkt geluk
een kankerwoord kon lukraak breken

wat kan het baten voor mezelf
de verre zonen en de dode neven
uit de hemel helt een nevelig gewelf
geen mist brengt zoden aan de aarde

graven worden diep van zin gegraven
zerken dienen fraai om in te perken
taaier doodskuil dan de bloementuil
een ruiker oud verdriet en koud verlies

ja god bestaat, hij schaamt zich vies
en dronken voor de laatste oordeelsdag
zijn ware naam klinkt nat en donker
in de nacht van onze zwarte tranen


dit gedicht werd opgenomen door de poëziesite:
http://www.verlaine.web-log.nl/categorie/159411

 










20:33 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-11-05

daggedacht

Een dag als geen ander

 

Zo verliep vandaag, als een dag zoals nooit een ander is verlopen.
Dat is toch weer het fijne aan elke dag, vooral aan de dagen uit je eigen leven. Naar andermans dagbeleven heb je toch maar het raden. Zelfs naar die van je meest nabije evennaaste.
Zat mijn vrouw in dezelfde zon als ik vandaag? Allicht, maar wat deed die zon in haar schone hoofdje? Wat was haar overpeinzing, haar mijmering toen we de laatste streepjes zonlicht van deze verwarrende novemberzomer genoten?

En vice-versa zij aangaande mij: wat spookt er door dat hoofd? Stiltes zijn mooi en raadsels spannend. Niet alles dient uitgesproken, in het verzwegene zit veel waarheid.

Alle dingen willen benoemen brengt verkleining, verenging, maakt de wereld smaller. Wij willen breed gaan, weids leven, in vonken denken en tot wijze besluiten komen. Dat denken wij, dachten wij daarstraks, dacht ik althans.
Dacht zij dat ook of wachtte zij op een teken van mij?

 




20:14 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

21-11-05

Turks & trendy

Als je in Leuven uit het station komt gewandeld en het weergaloos mooie plein oversteekt, kan je in theorie aan de verleiding weerstaan om de verlokkende Bondgenotenlaan in te slaan. Je zwenkt gewoon even naar rechts, voorbij een zwik volkse café’s waar altijd wel wat zat plezier naar buiten komt gelald. Onlangs gebeurde er onder de dompelaars ter herberg een avondlijke moord, ’s anderendaags was het etablissement alweer open. Dat soort buurt is het, ik drink er soms ook een koffie, moet kunnen. Maar niet blijven hangen, je stapt voort en neemt de eerste straat links, het lijkt er een beetje groezelig en er gebeuren soms ook erg nare dingen:  jawel, idem dito schotmoord, een beeldschoon en hulpeloos winkelmeisje werd er vorig jaar door haar minnaar in koelen bloede doodgeschoten. Mag helemaal niet kunnen, maar is passioneel gebeurd, droevig, onherroepelijk, intriest.
Een paar meter verder aan de overkant rechts gaapt de etalage van de tweedehandswinkel Cyaankali, de gerante blikt er giftig als je niet meteen haar type bent. Ik weet waar ik over spreek, geeft niet hoor.

En ondertussen, beste leesblogkindertjes, ben je gegarandeerd voorbijgeslenterd aan het minuskule winkeltje “Hard Soda”. Hola, er knaagt opeens iets in je visuele geheugen, je trappelt ter plekke en maakt een onhandige pirouette (niemand betrapt je), je keert instinctief op je passen terug en plakt je ogen op staande voeten tegen een bizarre klerenvitrine. Perplex kijk je toe, cultureel en artistiek behoorlijk aangeslagen. Tja, wat heet bizar in deze klerencontext?  Dit kleurenspectrumcomplex wordt uitgebaat door een jonge Turk (letterlijk). Onur is zijn simpele naam en met schalkse charme blikt hij vanachter het winkelraam. Hij koopt zijn blitztextieltjes in hippe Turkse marktbazar’s of hoe noemen we die klerenstores daar nu weer?

Meisjes, jongens, wat een weelde aan excentriciteit, wat een dolle extravagantie.
Wij hoeven hem uiteraard niet te promoten, zijn commercie redt het ook zonder ons, maar wij willen hem wel loven om zoveel onwesterse bravoure. Je zal, exotische jongeling zijnde, hier maar als een Turkse Don Quichote tegen onze vestimentaire windmolens komen vechten. Voorlopig loopt dat niet zo vlotjes als verwacht, maar den Onur laat het niet aan zijn hart komen en lacht zich daar dapper door. Zijn esthetisch doelstelling cultiveert hij als een textielheilige missie, hij moet en hij zal de harten van ons (niet echt zo) trendy Leuven veroveren. Wij duimen voor zoveel nobele moed, voor zo’n groot sprankelhart. Nochtans is hij slechts een minuscule jongen, maar zijn glimlach is oprecht en zijn blik verraadt een schone ziel. Den Onur wordt een winnaar, moreel en op punten, dwz ook commercieel, het weze hem gegund. Momenteel ziet hij wat zwarte sneeuw, maar er komen andere tijden. De winter staat voor de deur, dan sneeuwt het wonderwit. In ons belgenland is hij bijna aan de veroverende hand.







20:31 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

20-11-05

Panamarenko

Gisteren de retrospectieve Panamarenko in het Museum voor Schone Kunsten te Brussel bezocht. 
Een neerslag in gedicht:
Proeve Panamarenko
 
Weliswaar had ik graag wat opdruk afgesnokt 
maar de holmobiel zat in een doorstuwstraal
zodanig dat de dwarsbouten knarrig hydrophyleerden
totdat de kernmoerpatrijs zijn krasfactor (?) insnoerde
dus krijg je fractuurfrons minus 1/5 (bis) en
kan je de wentelwiek weinig ("zeg maar niks meer")
quasi-weigeren, die zit dan in de brak van slag/out,
dwz hypertolerend in spiraalmajeur naar de kolkenpleur
verreken maar: de prammen raken van slinger, geheid al je klavoren 
en het afstel is perimatig - inboren kan mits mokers of kanjerknoppen -
conclusie: toedrukken alvorens de breekpanden optrillen 
ttz het spoel vermanken - indien de metamatix spandileert,
hou je de scharnieren toch voor schroot (= stukjes prutpuree)


20:24 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

19-11-05

neofiet-fietsers

Onderstaand stukje werd in een lichtjes ingekorte versie dd 19-11 als lezersbrief gepubliceerd in Het Nieuwsblad.

Het figureerde een paar weken geleden bijna identiek op mijn embryonale eerste blog, momenteel ex existendo.

 

Tijdens mijn dagelijks loopje kwam ik vanmorgen voorbij het verkeerspark in Kessel-lo.

Daar werd ik het blije slachtoffer van een niet onprettige cultuurschok. Ik was er in een flits getuige van dat vijf neofiet-fietsers wankel in de startpedalen stonden bij de vertrekstreep. Een enthousiaste, autochtone begeleider sprak hen moed in en gaf  de laatste technische rijtips mee. Drie wiebelende tulbanden knikten van ja-meneer en twee exotsche sjaaldragers beaamden iets en niets. Ik laste effe een stretchingpauze in. Handelde ik verregaand indiscreet, werkten mijn lachkriebels politiek incorrect of was ik gewoon ordinair nieuwsgierig? Toegegeven, ik heb dat fragiele spectakel daar een tijdje aanschouwd en kon alleen maar bewonderend besluiten: alsteblieft, ge moet het toch maar op gang zwabberen in die door allochtone kledij beperkte bewegingsvrijheid. Welke testpiloot durft zich aan zulke heikele mobiliteit op de fiets begeven? Akkoord, dat verkeerspark houdt geen externe, noch extreme risico's in, maar die rokkenmannen moesten wel degelijk stabiel standhouden op dat voor hen vreemde vehikel én tegelijkertijd vooruit bollen én de verkeersregels (!) respecteren. Ga zoiets maar eens aanzwengelen, wat een hels karwei, de plaatsvervangende zenuwen gierden me door het verwende westerse lijf. Op een drafje jogde ik verder, dat leek me plots een makkie. In de zich verwijderende verte heb ik gelukkig geen gekets van krakende spaken noch kreten van halsbrekende valpartijen gehoord. Dat komt blijkbaar wel goed met die mobiele multiculturaliteit. Blijven fietsen, jongens, doe het met jullie eigen gratie, dat heet geslaagde integratie.





17:48 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

18-11-05

etteren

Ik voel me vanavond zoals het treinstation van Etterbeek, dwz mottig, vuil, erg onfris, onaantrekkelijk. Wie het station van Etterbeek kent, weet wat dat wil zeggen: ik voel me helemaal niet happy. En da's een dijk van een eufemisme. Ik voel me rot en rot verder op. Eens van de rails geraakt, is er geen stoppen meer aan de ontsporing.
Wie dat treinstation (cfr mijn stadium) niet kent, weze gewaarschuwd: mensenlief, schuw die rauwe plek, die grauwheidsbunker, die extreem-lelijkste aller constructies, die decadente bouwval, die lijkenkuil. 
In zulke oorden plegen mensen zelfmoord, in die eindstations stoppen konvooien met gedeporteerden, ultieme haltes waar de weg terug een brug te ver is, in de afgrond gaapt de dood. Die dood lacht er zich te pletter, morbide als een perfide sirene, een verlossing voor het aangespoelde leed.
Het causaal verband tussen mensen (ik) en stationnekes (etter-beek): weet ik veel, maar de metafoor klopt als nagels in een kruis. Droge, pijnlijke dreunen. Ijle kreet, tranen van azijn. Het daverend geratel in mijn hoofd, verbrijzelend lawaai, oerangst, onverschillige massa's mensen, humanoïden, androïden.
 
Zo, we kunnen er weer even tegen, het treintje is weggedenderd. Het station sluit.


22:57 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

17-11-05

geklikte kiekjes

We hadden ons effekes mispakt, originele foto's klik je zo maar niet bij mekaar. En telkens als we meenden een goeie opstelling gevonden te hebben, kwam er wel een oud meneerke of een bende joelende kindjes door het beeld gewandeld. Dus zijn we een half dagje zoet geweest, vrouwzoet en ik, om dit schamel resultaat te vergaren en op mijn weblog bijeen te plakken. Nou nee, niet echt tevree, maar alle begin is niet alleen moeilijk maar tevens boeiend (wij zijn positivo's!), dus we doen het wel eens over. Eigenlijk hadden we de herfst als decor in beeld willen brengen, maar het bleek winterkoud, vandaar de knusse toevlucht in ons tweede thuis: de bib van Leuven.
Voor de muziekliefhebbers onder jullie: ter plekke de CD van Scissor Sisters ontleend, mooi verrast door deze neo-disco of hoe heet zoiets? We horen pure seventies met streepje Bee Gees, zelfs vleugje T.Rex, tikkeltje Prince, kirrende stemmetjes alom.
Mooi zo, geen "aha-erlebnis", maar kundige recyclage moet kunnen. Nostalgie, ach.
 






21:12 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

15-11-05

ter herfstdraf

Het was heden geen weer om een mens doorheen te jagen, maar toch heb ik de karwats gelegd op mezelf, de loopkarwei diende afgewerkt. Het liep nog lekker rustig in de fladders regen, er waaiden vlaagjes smos en mors mee met de wind.
Honden verborgen zich moedeloos verbijtend in het struikgewas en kinderen keken veilig toe vanachter de vensterluiken. Jonge moeders, oude vaders en tuinkabouters bewaakten hof en huis, nergens een luis in de pels van natte kragen (kerels gedroegen zich stoer in kroegen). De bomen bewogen vriendelijk en knikten bemoedigend met hun takken, ik kreeg liefelijke bladeren naar mijn hoofd geslingerd, geel was in zijn kleursinjeur en gleed majeur langs en over mij. Een najaarsmoot met eikennoot klopte in mineure tik op mijn loperskop. Zo'n dreuntje deert geenszins de doorgedreven hopgalop. 
Wat die mateloze vrijheid van ledematen in een joggend drafje toch vermag. Verblijd, bevrijd en topgezwind beëindigde ik mijn herfstig benenwerk, het was bovendien opmerkelijk gratis en geestelijk versterkend. Heus een eerste-keus-gezondheidskoopje. 

De neuropeptituden zijn vrij voorhanden (en voor voeten). Loop je hoofd eens danig dol op hol!
 
 






17:58 Gepost door Marlon | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |